Ervaringsverhalen

Zij kregen met agressie op het werk te maken. Hoe gingen ze daarmee om?

Paul Leurs, hoofd paramedische dienst in de ouderenzorg

“In de ouderenzorg is het leren omgaan met afwijkend gedrag onderdeel van je vak. Soms zijn krabben, slaan, spugen of schoppen onderdeel van het ziektebeeld, bijvoorbeeld bij dementie. Maar niet altijd. En hoe dan ook, dergelijk gedrag kan bedreigend en soms zelfs traumatisch zijn.”

“Personeel in verpleeg- en verzorgingstehuizen en de thuiszorg (VVT) krijgt trainingen in het omgaan met agressieve patiënten. Maar je ziet dat die trainingen er door de vele bezuinigingen vaker bij inschieten. Dat is een slechte zaak.”

“Ik werk al 34 jaar in de VVT en zie een toename in verbaal en soms ook fysiek geweld, ook bij familieleden. Bij ons is het tegenwoordig beleid om zowel mentaal gezonde bewoners als hun familie van tevoren al duidelijk te maken dat ze zich behoren te gedragen. Doen ze dat niet, dan krijgen ze eerst een waarschuwing. Als het ongewenste gedrag dan niet stopt, kunnen we de persoon in kwestie de toegang weigeren. Dat betekent dus ook dat we uiteindelijk een cliënt naar huis kunnen sturen.”

Kelly Bolsenbroek, docent Engels aan het mbo

“Ik zit nu vier jaar in het vak en heb zelf gelukkig weinig problemen gehad. Wat ik heb gemerkt, is dat een student(e) soms de aandacht trekt met negatief gedrag, omdat hij/zij gezien wil worden. Als je dan even met die persoon gaat praten, helpt dat vaak al enorm.”

“Mijn tip om agressie en geweld te voorkomen: besteed er in de lerarenopleiding aandacht aan. Leer aankomende docenten niet alleen hoe ze moeten lesgeven, maar ook hoe ze moeten omgaan met leerlingen en ouders. Nu gaat alle aandacht alleen maar uit naar het lesgeven an sich. Dat is begrijpelijk, maar hoe je moet omgaan met vervelende situaties binnen en buiten de les is ook belangrijk.”

“En een ander advies: als je als werkgever wil dat je docenten bereikbaar zijn, geef ze dan een mobiele telefoon van het werk. Op het mbo lopen studenten stage, soms ook in het buitenland, en dan moet ik bereikbaar zijn als er iets is. Maar ze bellen of appen me nu op mijn privénummer. Dat maakt je kwetsbaar.”

Murphy Martens, PIW’er (Penitentiair Inrichtings Werker)

“In mijn 29-jarige loopbaan als gevangenbewaarder ben ik geslagen, geschopt, gestoken en zelfs een keer kort gegijzeld. Die gijzeling hakte er vooral bij mijn vrouw erg in. Sowieso heeft zo’n gebeurtenis veel impact op je familie. Toen mijn vrouw me na een vechtpartij opzocht in het ziekenhuis waar ik mijn wenkbrauw moest laten hechten, schrok ik meer van haar reactie dan van wat er gebeurd was.”

“Wat op mijzelf de meeste impact heeft gehad, zijn de dagelijkse scheldpartijen. Dat je een voet over de drempel zet en de eerste ziekte al naar je hoofd vliegt. Dat vreet aan je. En het is besmettelijk. Voor je het weet ben je tegen collega’s aan het schelden. En ik betrapte mezelf er op dat ik ook thuis tekeer kon gaan. Dat deed ik vroeger nooit. Maar nu ging ik bij het minste of geringste, bijvoorbeeld als de melk overkookte, vloeken en tieren. Ik heb uiteindelijk vrijwillig demotie gemaakt, omdat ik niet wilde dat het me mijn gezin zou kosten.”

“Het werk als bewaarder is erg zwaar. Je zou dat eigenlijk maar een beperkte tijd moeten doen. Anders kun je er echt ziek van worden.”

Deel deze pagina

Menu